Er wordt momenteel gewerkt aan een wetsontwerp tot uitvoering van het afsprakenkader in het kader van de interprofessionele onderhandelingen voor de periode 2023-2024, dat onder andere voorziet in de herinvoering van de maatregel van de “120 relance-uren” voor de periode van 1 juli 2023 tot 30 juni 2025.

Het gaat over de mogelijkheid om vanaf 1 juli 2023 tot 30 juni 2025, boven op het basiscontingent van vrijwillige overuren, per kalenderjaar 120 bijkomende vrijwillige overuren te presteren, “relance-uren” genaamd.

 

De concrete voorwaarden voor deze bijkomende vrijwillige “relance” overuren zijn de volgende:

  • Er moet geen overloontoeslag worden betaald;
  • Er wordt geen bijdrage RSZ gerekend op deze overuren;
  • Ze zijn vrijgesteld van belasting;
  • Deze uren worden niet meegerekend voor de interne grens (het maximum aantal overuren in een referteperiode) noch voor de berekening van de arbeidstijd;
  • De ‘gewone’ vrijwillige overuren moeten niet zijn opgebruikt.

 

De werknemer moet schriftelijk akkoord gaan met het presteren van de relance-overuren en dit voor een hernieuwbare periode van zes maanden. Dit schriftelijk akkoord moet uitdrukkelijk en voorafgaand aan de betrokken periode worden afgesloten.

De wetgeving is nog niet definitief en in afwachting van de publicatie ervan in het Belgisch Staatsblad hebben de verschillende overheidsinstanties hun standpunt meegegeven :

 

De Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (FOD WASO) geeft in een communicatie op de website mee dat ze de toepassing van deze maatregel van de 120 relance-uren in elk geval al in de praktijk zal aanvaarden vanaf 1 juli 2023 totdat de nodige wettelijke en reglementaire bepalingen goedgekeurd zijn en in de geest van het akkoord als toegepast ziet.

 

Ook de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid( RSZ) heeft via de tussentijdse administratieve instructies 2023/2 de herinvoering van de relance-uren vanaf 1 juli 2023 bevestigd.

 

De Federale Overheidsdienst Financiën is  echter van oordeel dat in afwachting van de nieuwe wettelijke bepalingen die de bestaande fiscale vrijstelling uitbreiden, momenteel de bedrijfsvoorheffing op deze extra vrijwillige overuren nog verschuldigd is. De verschuldigde bedrijfsvoorheffing moet dus nog doorgestort worden.

 

Wanneer die nieuwe bepalingen in werking zijn getreden, hebben de werkgevers de keuze:

  • ofwel de bedrijfsvoorheffing op de reeds gepresteerde vrijgestelde relance-overuren terugvorderen via corrigerende aangiften in de bedrijfsvoorheffing,
  • ofwel de verrekening via de belastingaangiften van de werknemers laten verlopen.

 

Bronnen:

Gepubliceerd op13 May 2024