De percentages van de voorzieningen voor vakantiegeld 2024 die op 31 december 2023 in de balans zijn opgenomen en die als bedrijfskosten kunnen worden beschouwd, zijn bekend.

De bedragen die werden geboekt in de per 31 december 2023 afgesloten balansen, als voorziening voor het in 2024 uit te betalen vakantiegeld, worden slechts als fiscaal aftrekbare beroepskosten beschouwd in de mate dat zij de volgende grenzen niet overschrijden:

  • 18,20% van de vaste en veranderlijke bezoldigingen die in 2023 zijn toegekend aan bedienden die het voordeel genieten van de wetgeving betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers verminderd met het aanvullend vakantiegeld dat in 2023 is toegekend (dat aanvullend vakantiegeld mag ook niet worden opgenomen in de berekeningsgrondslag waarop bovenvermeld percentage moet worden toegepast);
  • 10,27% van 108/100 van de lonen die in 2023 zijn toegekend aan arbeiders en leerlingen die het voordeel van dezelfde wetgeving genieten.

Het in 2023 aan flexi-jobwerknemers toegekende flexiloon en flexivakantiegeld mogen niet opgenomen worden in de berekeningsgrondslag van het in 2024 uit te betalen vakantiegeld aangezien de werkgever het flexivakantiegeld samen met het flexiloon moet uitbetalen.

Bron : Circulaire 2024/C/13 over de bedragen geboekt in balansen afgesloten op 31.12.2023, voor de uitbetaling van het vakantiegeld van het personeel in 2024 – Bijlage (Fisconetplus)

Gepubliceerd op13 May 2024