Als gevolg van een overschrijding van de spilindex in de loop van de maand oktober 2023, wijzigen een aantal loonplafonds voor de berekening van bijdrageverminderingen. Dit kan ook een impact hebben op sommige overgangsmaatregelen van de geregionaliseerde verminderingen vanaf 1 januari 2024.

Het grensbedrag voor de doelgroepvermindering kunstenaars is ook aangepast.

Structurele vermindering

Aanpassing van de bovenste loongrens van de lagelonencomponent (S0) en de zeerlagelonencomponent (S2) en aanpassing van de ondergrens van de hogelonencomponent (S1) van de structurele vermindering:

  • Rcategorie 10,1400 x ( 797,67 – S) + 0,4000 x (6.502,69 - S); (algemene categorie)
  • Rcategorie 279,00 + 0,2557 x ( 070,75 – S) 0,4000 x (6.678,47 - S) + 0,0600 x (W – 15.834,76); (categorie sociale maribel)
  • Rcategorie 3 met loonmatiging0,1400 x (699,95  S) + 0,4000 x (6.502,69 - S); (categorie erkende beschutte werkplaats, werknemers met loonmatiging)
  • Rcategorie 3 zonder loonmatiging495,00 + 0,1785 x ( 108,38  S) + 0,4000 x (6.502,69 - S). (categorie erkende beschutte werkplaats, werknemers zonder loonmatiging)

Doelgroepvermindering oudere werknemers

  • Brussel: 12.799,43 euro
  • Wallonië: 16.995,81 euro

 

Doelgroepvermindering kunstenaars

Algemene regeling/overgangsmaatregelen: 5.982,54 euro

Werknemersbijdragevermindering herstructurering

  • S0 = 3.599,22 euro
  • S1 = 5.278,25 euro

Bron: Tussentijdse administratieve instructies RSZ - 2023/4

Gepubliceerd op13 May 2024