Een koninklijk besluit in voorbereiding voorziet een wijziging van de tarieven en schalen voor de overzeese sociale zekerheid vanaf 1 april 2017. Dit koninklijk besluit gebruikt voortaan uniseks sterftetafels om in overeenstemming te zijn met de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie betreffende het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen op het gebied van de sociale zekerheid.

In navolging van de aanbevelingen van het Rekenhof anticipeert dit koninklijk besluit ook op een grondige hervorming van de overzeese sociale zekerheid teneinde het financieel evenwicht ervan te garanderen. De tarieven en schalen die het Pensioenfonds toepast, worden daarom gewijzigd om te komen tot een meer marktconforme rentevoet. Voortaan wordt in plaats van 3,75% een rentevoet van 2% toegepast. De uniseks sterftetafels en de rentevoet van 2% zullen echter niet van toepassing zijn op de bijdragen die bestemd zijn voor de maanden voor de wijziging maar enkel op bijdragen met betrekking tot de maand april 2017 en later.

Deze wijzigingen houden in dat de bijdrage die werknemers momenteel betalen minder pensioen opbrengt op de leeftijd van 65 jaar dan ze zouden ontvangen hebben op basis van de tarieven en schalen die van toepassing waren voor 1 april 2017.

 

Voorbeeld

Voor een volledige loopbaan van 45 jaar gestart op 20-jarige leeftijd had men op 1 april 2017 aan de huidige minimumbijdrage (249,60 euro aan de huidige index) 15.443 euro ontvangen als vrouw en 15.913 euro als man. In de toekomst ontvangt men in dezelfde situatie 8.252 euro ongeacht of men man of vrouw is.

 

Om een hoger minimumpensioen te kunnen aanbieden, wordt de minimumbijdrage verhoogd tot 312 euro. Voortaan betalen werknemers dus minstens 312 euro per maand om deel te nemen aan de algemene regeling van de overzeese sociale zekerheid. In hogervermeld voorbeeld geeft dit een pensioen van 10.315 euro.

Als men  echter wenst dat het pensioenbedrag ongewijzigd blijft, is het aangeraden om de  bijdrage te vermenigvuldigen met 1,9. De maximumbijdrage is dan ook aangepast naar 1.897,25 euro.

In ieder geval, voor zover de bijdrage minstens gelijk is aan het minimumbedrag, mag de werknemer het bedrag zelf kiezen. Dat betekent dat de bijdrage dus tussen 312 euro en 1.897,25 euro moet bedragen. 

 

Bron

  • Rijksdienst Sociale Zekerheid - Overzeese Sociale Zekerheid

Lees meer nieuws over: Verloning , buitenlandse werknemers , pensioen , sociale bijdragen , sociale zekerheid , wetgeving