Dragen van een mondmasker is verplicht onder bepaalde omstandigheden, bijvoorbeeld in het openbaar vervoer en in de horeca, en sinds 11 juli in winkels en plaatsen waar er veel volk is. Maar wat als de werknemer een medisch attest voorlegt van de behandelend arts, dat hij/zij geen mondmasker moet dragen om medische redenen?
 

Het principe is gelijkaardig aan dat van persoonlijke beschermingsmiddelen zoals bijvoorbeeld veiligheidsschoenen. Wanneer uit een risicoanalyse is gebleken dat deze nodig zijn voor een bepaalde werkpost of functie, dan is het verplicht. Als een werknemer een medisch attest aanbrengt van een behandelend arts, dan is het de arbeidsarts die oordeelt of dit advies gegrond is.

 

Wanneer is het gegrond?

Om al direct een mythe de wereld uit te helpen: mondmaskers leiden niet tot een daling van het zuurstofgehalte in het bloed, ze geven geen nadelige effecten wanneer ze lange tijd gedragen worden. 

Natuurlijk zijn ze niet altijd even comfortabel, maar daar is soms ook wel wat aan te verhelpen. Aften in de mond bijvoorbeeld zijn een gevolg van mondmaskers die te strak zitten. Dus een kleine aanpassing verhelpt hieraan. De last van de oren is te verhelpen met een hulpstukje. Google maar op "earsaver" en je vindt het wel. Aandampende brilglazen zijn ook eenvoudig op te lossen, dat heeft onze medisch directeur, Edelhart Kempeneers, in een blogartikel neergeschreven.

Enige uitzondering zou trigeminusneuralgie zijn. Misschien worden er nog andere valide uitzonderingen bekend...

 

Het advies van de arbeidsarts 

Indien de vraag niet gegrond is, dan krijgt de werknemer enkel een formulier van gezondheidsbeoordeling met een advies van geschiktheid, en moet die het mondmasker dragen.

Indien wel, dan mag de werknemer wanneer het mondmasker verplicht is, in principe niet tewerkgesteld worden op de werkpost, en zou die ofwel overgeplaatst moeten worden naar een andere werkpost, ofwel op tijdelijke overmacht komen.

Belangrijke aanvulling echter is het recente Ministerieel Besluit houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken van 30 juni 2020. Hierin staat dat “zelfs indien ze niet volledig gelijkwaardig zijn in termen van bescherming, gelaatsschermen mogen worden gebruikt, bij wijze van medische uitzondering, wanneer het dragen van een mondmasker problematisch of onmogelijk is”. 

Dus wanneer gegrond, en wanneer toegelaten volgens de risicoanalyse, dan kan de arbeidsarts adviseren dat een gelaatsscherm i.p.v. een mondmasker ter beschikking wordt gesteld.

 

Nog alternatieven?

Recent zijn transparante plexi mondmaskers in het nieuws gekomen. Een arbeidsinspecteur heeft al aangegeven dat ze dit niet als evenwaardig beschouwen van een mondmasker, omdat ze niet goed aansluiten. Ze vinden het ook geen adequaat alternatief voor een gelaatsscherm.

Maar ook de zelfgemaakte en chirurgische mondmaskers laten nog viruspartikels door, het zijn enkel de FFP2 maskers die een voldoende filtering geven. Het belangrijkste effect van de niet-FFP2-mondmaskers is de bescherming van anderen, doordat het de uitgestote speekseldruppeltjes minder ver verspreidt. 

Het effect van een dergelijk masker is dus wel vergelijkbaar met dat van een gelaatsscherm, dat een fysieke barrière vormt. Bij hoesten, niezen, en ook gewoon praten, zullen speekseldruppeltjes minder ver geraken.

Maar je houdt er dus wel best rekening mee dat de inspectie dit niet zo ziet.

 

Hoe kan Attentia u verder helpen?

Nood aan bijkomend advies over dit onderwerp?

Contacteer hier onze experten


Lees meer nieuws over: Attentia , Preventie en bescherming , Vitaliteit , corona