Sinds 1 april 2018 is de definitie “gehandicapt kind” in het kader van het gemotiveerd tijdskrediet uitgebreid.

Cao nr. 103 voorzag dat een werknemer gedurende maximaal 51 maanden gemotiveerd tijdskrediet kon opnemen voor de zorg van zijn gehandicapt kind tot de leeftijd van 21 jaar. Er was sprake van een “gehandicapt kind” indien het kind een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van minstens 66% heeft of een aandoening die leidt tot een erkenning van minstens 4 punten in pijler 1 van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving met betrekking tot de kinderbijslag.

Cao nr. 103quater heeft deze definitie nu sinds 1 april 2018 uitgebreid tot kinderen met een aandoening die leidt tot erkenning van minstens 9 punten in alle drie de pijlers van de bovenvermelde medisch-sociale schaal. Hierdoor wordt er meer rekening gehouden met handicap van het kind in al zijn dimensies, zowel wat zijn lichamelijke en geestelijke capaciteiten betreft, als wat zijn autonomie betreft, alsook de gevolgen voor zijn gezinsleden. Het KB van 12 december 2001, die de voorwaarden tot uitkeringen vastlegt, moet nog aangepast worden.

 

Bron

  • Cao nr. 103quater tot aanpassing van cao nr. 103 van 27 juni 2012 tot invoering van een stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en landingsbanen van 29 januari 2018.

Lees meer nieuws over: Tewerkstelling , gewaarborgd inkomen , RSZ-aangifte , wetgeving