De wet op het eenheidsstatuut heeft een fiscale vrijstelling voor het ‘sociaal passief’ ingevoerd om de hogere ontslagkosten die het eenheidsstatuut met zich meebrengt voor bedrijven te drukken.

 

Als bewijs dient de werkgever een nominatieve lijst op te stellen van de werknemers waarvoor het sociaal passief wordt toegepast. Tot nu werd bepaald dat de werkgever deze nominatieve lijst ter beschikking moest houden met het oog op controle.

 

In een ministerieel besluit van 24 juni 2019 worden verdere  modaliteiten voor deze nominatieve lijst vastgelegd.

Enerzijds bepaalt het besluit dat de gegevens jaarlijks bezorgd moeten worden aan de belastingadministratie via een elektronische toepassing.

 

Verder breidt het ministerieel besluit ook de lijst met verplichte gegevens op de nominatieve lijst uit :

  • De identiteit van de werknemer  het nationaal nummer of het bis-identificatienummer toegekend door de Kruispuntbank van de sociale zekerheid;
  • De datum van indiensttreding;
  • De anciënniteit verworven binnen het eenheidsstatuut;
  • Het bedrag van de vrijstelling;
  • In voorkomend geval, de datum van de einddatum van de arbeidsovereenkomst;
  • In voorkomend geval, het bedrag dat, is opgenomen in de winsten en baten van het belastbaar tijdperk;
  • De bruto belastbare bezoldigingen die aan de werknemer zijn betaald of toegekend met inbegrip van de sociale werknemersbijdragen.

 

Deze bepalingen zijn in werking getreden op 14 juli 2019.

 

Bronnen:

  • Wet van 26 december 2013 betreffende de invoering van een eenheidsstatuut tussen arbeiders en bedienden inzake de opzeggingstermijnen en de carensdag en begeleidende maatregelen, BS 31 december 2013.
  • Ministerieel besluit van 24 juni 2019 tot bepaling van de modaliteiten van de elektronische communicatie bedoeld in artikel 46quater van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, BS 4 juli 2019.

 


Lees meer nieuws over: Tewerkstelling , eenheidsstatuut , wetgeving