Het Federaal agentschap voor beroepsrisico's (Fedris) stapt in een pilootproject voor de begeleiding van werknemers die getroffen zijn door een burn-out (vroegtijdig, stadium 1 of 2), of die het risico lopen om daar het slachtoffer van te worden. Het aantal deelnemers blijft voorlopig beperkt.

De nadruk ligt op preventie want ook wie nog aan de slag is, komt in aanmerking voor hulp. Het project zal ten laatste starten op 1 november 2018. Na twee jaar volgt een evaluatie.

 

Doelgroep

De doelgroep is ruim want men verwijst naar de definitie voor werknemers die opgenomen is in de Welzijnswet van 4 augustus 1996. Het gaat hier bijvoorbeeld dus ook om stagiairs en personen met een leerovereenkomst. Maar het experiment blijft wel beperkt tot bepaalde sectoren.

De betrokkene moet, zo blijkt uit het KB dat de voorwaarden omschrijft:

  • tewerkgesteld zijn in de sector van de financiële dienstverlening, exclusief verzekeringen en pensioenfondsen (sectie K 64 van NACE BEL 2008), of in de sector van de ziekenhuizen of verpleeginstellingen met huisvesting (sectie Q86.1 en Q87.1 van NACE BEL 2008);
  • bedreigd worden door of in een vroeg stadium getroffen zijn door een syndroom van professionele uitputting ten gevolge van een arbeidsgerelateerd psychosociaal risico (burn-out gerelateerd aan het werk);
  • nog steeds aan het werk zijn (maar moeilijkheden ervaren of meermaals kort afwezig zijn), of arbeidsongeschikt zijn sedert minder dan twee maanden

Ook het aantal deelnemers is beperkt. Het project is bedoeld voor 300 tot 1.000 werknemers (aangenomen na bevestiging van de diagnose). 

Wie graag een begeleiding wil, moet zich kandidaat stellen. Bedoeling is om 'een tenlasteneming aan te bieden om het behoud van het werk of de snelle werkhervatting te bevorderen'. Dat betekent in dit geval dat Fedris de kosten draagt van de sessies, de vergaderingen en de verslagen die in het traject zijn beschreven, én de verplaatsingskosten van de werknemer.

 

Traject

Het traject omvat: 

  1. Bevestiging van de diagnose (één of twee sessies bij burn-out begeleider). 
  2. Begeleiding (burn-outbegeleider):
  • 'stress en werkkliniek' (twee tot vier sessies);
  • professionele heroriëntatie (indien noodzakelijk, één tot twee sessies);
  • opvolging bij het einde (één tot twee sessies).
  1. Drie individuele psycho-educatieve sessies (burn-outbegeleider of begeleider individuele sessies). Fedris heeft het hier over de 'Starter Kit'. Die is gericht op het bijbrengen van basiskennis over het thema 'welzijn-gezondheid' (stressbeheersing, gezond leven en energierecuperatie). 
  2. Maximum zeven facultatieve sessies van begeleiding via een psycho-lichamelijke en/of cognitief-gedragstherapeutische benadering (begeleider individuele sessies).

Men maakt hier een onderscheid tussen de 'burn-outbegeleide' die het traject moet coördineren enerzijds, en de 'begeleider van individuele sessies' die bepaalde aspecten van het begeleidingstraject moet verzekeren anderzijds.

De deskundigen worden sowieso geselecteerd door Fedris op basis van criteria die het beheerscomité voor de beroepsziekten heeft goedgekeurd. Fedris sluit met hen een overeenkomst af (en kan de samenwerking ook beëindigen).

De sessies 'stress en werkkliniek' zijn gericht op het contact met de professionele omgeving. Dit betekent dat de begeleider zorgt dat er een 'multidisciplinaire vergadering' komt om de arbeidssituatie te bespreken. Hij zal contact opnemen met de dienst voor preventie en bescherming op het werk (gezondheidstoezicht) van de onderneming, ongeacht of het om een interne of een externe dienst gaat.

Fedris benadrukt de link met de werkgever. Zo vroeg mogelijk zal de werknemer worden aangemoedigd om contact op te nemen met de bedrijfsarts (spontane raadpleging of een bezoek voorafgaand aan de werkhervatting). Fedris stipt ook aan dat de multidisciplinaire vergadering enkel kan plaatsvinden na formele goedkeuring van de werknemer om zijn anonimiteit op te heffen.

 

Kosten

Fedris neemt de kosten op zich. Het agentschap doet dat op basis van een gedetailleerde 'prijslijst' (jaarlijks te indexeren) die opgenomen is in het nieuwe KB:

  • diepgaande diagnose (één of twee sessies; 60 euro per sessie);
  • 'stress en werkkliniek' (twee tot vier sessies; 60 euro per sessie);
  • individuele begeleiding (drie tot tien sessies; type psycho-educatief, psycho-emotioneel en cognitief gedragstherapeutisch; 60 euro per sessie);
  • multidisciplinaire vergadering (voorbereiding, vergadering zelf, verslag op basis van vast model; maximaal 650 euro, op voorlegging factuur en verslag);
  • opvolging, coördinatie of evaluatie (één of twee sessies; 60 euro per sessie);
  • professionele heroriëntatie indien nodig (één of twee sessies; 60 euro per sessie);
  • eindverslag (60 euro);
  • verplaatsingen (kilometervergoeding, ongeacht het gebruikte vervoermiddel, op basis van het KB van 18 januari 1965; maximum 1.000 kilometer).

 

Aanvraag

De betrokkene moet een 'aanvraag tot bevestiging van de diagnose' indienen bij Fedris. Dat gebeurt via een formulier dat het beheerscomité vastlegt. Het wordt gedateerd en ondertekend door de betrokkene, én door de behandelend arts, of de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer of de preventieadviseur psychosociale aspecten.

Zo gaat men te werk:

  • Binnen de maand onderzoekt Fedris of de betrokkene in aanmerking komt voor het traject (en notificeert de beslissing).
  • Als de beslissing positief is, volgt een diepgaande diagnose.
  • De betrokkene kiest de begeleider (uit een lijst van vooraf geselecteerde begeleiders).
  • Na de diagnose stuurt de burn-outbegeleider een verslag naar Fedris.

 

Dit eindverslag wordt meegedeeld aan de betrokkene, de behandelend arts, de preventieadviseur- arbeidsgeneesheer, de preventieadviseur psychosociale aspecten en, als de arbeidsongeschiktheid voortduurt na de periode van gewaarborgd loon, aan de adviserend-arts van de verzekeringsinstelling.

Dan zijn er twee mogelijkheden:

  • Indien de diagnose wordt bevestigd, moet dit verslag vergezeld worden van een aanvraag tot tenlasteneming. Na verificatie verzendt Fedris dan een beslissing tot tenlasteneming.
  • Indien de diagnose niet wordt bevestigd, stelt de burn-outbegeleider een voor. Fedris notificeert de beslissing (geen tenlasteneming).

 

Fedris brengt ook de andere partijen op de hoogte. 

Tot slot. Burn-out is een van de maatschappelijke uitdagingen die de sociale partners aangestipt hebben in het interprofessioneel akkoord voor de periode 2017-2018. Daartoe werd een werkgroep opgericht binnen de Nationale Arbeidsraad (NAR). Die heeft een globale aanpak uitgewerkt voor het opzetten van pilootprojecten voor primaire preventie van burn-out.

 

Bronnen

  • Koninklijk besluit van 7 februari 2018 tot vaststelling van de voorwaarden voor een pilootproject inzake preventie van burn-out gerelateerd aan het werk, BS 7 mei 2018
  • Steven Bellemans, senTRal Nieuws – 9 mei 2018

Lees meer nieuws over: Preventie en bescherming , psychosociale risico's , wetgeving