Tijdens het overlegcomité van 17 november 2021 hebben de regeringen van België samen een aantal maatregelen genomen om de sterke stijging in het aantal COVID-19 besmettingen te milderen. Deze maatregelen werden opgenomen in een nieuw KB, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 19 november 2021. Wat betreft de werkcontext is de verplichting tot telewerken met maximaal één terugkeermoment per week per persoon de belangrijkste maatregel. 
 

Telewerk wordt verplicht in de privésector en bij alle openbare besturen, tenzij dit onmogelijk is omwille van de aard van de functie of de continuïteit van de bedrijfsvoering. Dit moet bijdragen aan het verminderen van het aantal contacten, ook op het openbaar vervoer.

Per personeelslid is één terugkeerdag per week mogelijk. Vanaf 13 december wordt het aantal terugkeerdagen opgetrokken naar maximaal twee per personeelslid. De werkgever moet een maandelijks elektronisch register bijhouden dat ter beschikking gesteld wordt via het portaal van de sociale zekerheid.

Er komt een brede mondmaskerplicht, vanaf de leeftijd van 10 jaar. Voor wat betreft de werkvloer wordt enkel de verplichting voor publiek toegankelijke ruimtes van bedrijven expliciet vermeld, maar voor alle duidelijkheid: de regels van Generieke Gids waren sowieso na 1 september niet veranderd voor werkplaatsen die niet publiek toegankelijk zijn. Wanneer de 1,5 meter afstand (of een fysieke afscheiding met plexischermen bijvoorbeeld) niet verzekerd kan worden, dan blijft een mondmasker aangewezen. Ook moeten deze werkplekken voldoende geventileerd worden, met een controle hierop via CO2-metingen. Dat laatste is nog scherper gesteld, met name dat er versneld en veralgemeend CO2-meters moeten komen in alle lokalen van scholen en bedrijven waar veel mensen samenkomen.

Hiernaast zijn nog een aantal bijkomende maatregelen beschreven over het Covid Safe Ticketvoor evenementen en in de horeca en een veralgemeende extra vaccinatie, maar deze hebben momenteel geen rechtstreekse impact op te nemen maatregelen op de werkvloer.

 

Bron: Overlegcomité 17/11/2021Voortaan brede mondmaskerplicht en verplicht telewerk

 

Veelgestelde vragen.  

Naar aanleiding van de nieuwe maatregelen vanaf 18/11/2021 hebben we een aantal veelgestelde vragen opgelijst en beantwoord. Deze lijst kan nog verder worden aangevuld op basis van concrete nieuwe vragen.

 

Wat houdt de verplichting tot telethuiswerk precies in?

Telethuiswerk is vanaf 22 november 2021 verplicht bij alle ondernemingen, verenigingen en diensten, voor alle personen bij hen werkzaam, ongeacht de aard van hun arbeidsrelatie, tenzij dit onmogelijk is omwille van de aard van de functie of de continuïteit van de bedrijfsvoering, de activiteiten of de dienstverlening.

Voor elke werknemer mag er maximum één dag per week een terugkeermoment voorzien worden tot en met 12 december 2021, en maximum twee dagen per week per persoon vanaf 13 december 2021.

De werkgever moet maandelijks per vestigingseenheid registreren hoeveel werknemers er werkzaam zijn en hoeveel niet kunnen telethuiswerken.

 

Zijn ondernemingen die beschouwd worden als zijnde noodzakelijk voor de bescherming van de vitale belangen van de Natie en de behoeften van de bevolking, alsook de producenten, leveranciers, aannemers en onderaannemers van goederen, werken en diensten die essentieel zijn voor de activiteit van deze ondernemingen en diensten verplicht om telethuiswerk toe te passen,  tenzij dit onmogelijk is omwille van de aard van de functie of de continuïteit van de bedrijfsvoering, de activiteiten of de dienstverlening?

Ja. Het is van toepassing op alle ondernemingen en verenigingen. Zij bezorgen aan de personeelsleden die niet kunnen telethuiswerken een attest of elk ander bewijsstuk dat de noodzaak van hun aanwezigheid op de werkplaats bevestigt.

 

Wat moeten werkgevers doen wanneer telethuiswerk voor welbepaalde werknemers onmogelijk is omwille van de aard van de functie of de continuïteit van de bedrijfsvoering, de activiteiten of de dienstverlening?

De werkgevers bezorgen de personen werkzaam in hun vestigingseenheden, ongeacht de aard van hun arbeidsrelatie, die niet kunnen telethuiswerken een attest of elk ander bewijsstuk dat de noodzaak van hun aanwezigheid op de arbeidsplaats bevestigt.

Bovendien moeten de werkgevers maandelijks registreren, via het elektronische registratiesysteem dat door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid ter beschikking wordt gesteld op de portaalsite van de sociale zekerheid, per vestigingseenheid het totale aantal personen dat er werkzaam is en het aantal personen dat een functie uitoefent die onmogelijk kan worden volbracht via telethuiswerk.

 

Op welke wijze moeten de werkgevers precies registreren wie er aanwezig moet zijn op de werkplek?

De werkgever moet per vestigingseenheid een maandelijks elektronisch register bijhouden dat ter beschikking gesteld wordt door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid via het portaal van de sociale zekerheid. 

Het gaat om hetzelfde systeem als in het voorjaar van 2021, waar de kinderziektes uit zijn gehaald. Bedrijven moeten er een keer per maand invullen hoeveel personeelsleden ze hebben en hoeveel van hen niet kunnen thuiswerken.

De aangifte heeft betrekking op de situatie van de eerste werkdag van de maand en moet ingediend zijn uiterlijk op de 6de kalenderdag van de maand. Voor de periode tot en met 31 december gaat het over de situatie op woensdag 24 november 2021. De eerste aangifte moet uiterlijk op dinsdag 30 november 2021 ingediend zijn. Alleen de politie, het onderwijs en bedrijven met minder dan vijf werknemers krijgen een uitzondering hierop.

 

Wie levert het attest af aan de uitzendkrachten die niet kunnen telethuiswerken om de noodzakelijke aanwezigheid op de werkplaats te bevestigen?

Zowel de gebruiker (als feitelijke werkgever), als het uitzendkantoor (als juridische werkgever) kunnen de attesten afleveren. De eindverantwoordelijkheid voor het naleven van de veiligheid en het welzijn op de arbeidsplaats en de organisatie van de arbeid berust bij de gebruiker, maar dat belet niet dat de gebruiker kan vragen om een administratieve verplichting zoals de opmaak en afgifte van een attest door het uitzendkantoor te laten uitvoeren. Het uitzendkantoor kan deze attesten opstellen in overleg met de gebruiker.

 

Aan welke voorwaarden moeten de terugkeermomenten voldoen?

De ondernemingen, verenigingen en diensten mogen, voor de personen bij hen werkzaam, ongeacht de aard van hun arbeidsrelatie, waarvoor het telethuiswerk verplicht is, terugkeermomenten inplannen, mits naleving van de regels en onder de volgende voorwaarden :

  • een onderling akkoord tussen deze ondernemingen, verenigen en diensten en de werknemers, wat betekent dat de werknemers niet verplicht kunnen worden om deel te nemen aan de terugkeermomenten;
  • het doel moet het bevorderen van het psychosociaal welzijn en de teamgeest van de werknemers zijn;
  • deze werknemers moeten vooraf de nodige instructies krijgen over alle maatregelen die noodzakelijk zijn om de terugkeer in alle veiligheid te laten verlopen;
  • deze werknemers moeten geïnformeerd worden dat ze in geen geval mogen terugkeren naar de arbeidsplaats als ze zich ziek voelen of ziektesymptomen vertonen of zich in een quarantainesituatie bevinden;
  • de werkgever mag hieraan, voor diens werknemers, geen enkel gevolg verbinden;
  • de verplaatsing van en naar de arbeidsplaatsen tijdens de piekuren van het openbaar vervoer of via carpooling moet zo veel mogelijk vermeden worden;
  • de beslissing om terugkeermomenten te organiseren moet gebeuren met inachtneming van de regels van het sociaal overleg in de onderneming, waarbij alle voorwaarden worden afgetoetst.

 

Deze terugkeermomenten mogen maximum één dag per week per persoon bedragen tot en met 12 december 2021, en maximum twee dagen per week per persoon vanaf 13 december 2021. Tot en met 12 december 2021 mag per dag maximum 20% van de personen voor wie telethuiswerk verplicht is, tegelijk in de vestigingseenheid aanwezig zijn, en vanaf 13 december 2021 mag dit maximum 40% zijn.

 

Welke andere passende preventiemaatregelen moet de werkgever blijven nemen voor werknemers die aanwezig (moeten) zijn op de werkvloer?

De ondernemingen, verenigingen en diensten moeten tijdig passende preventiemaatregelen nemen om de regels van social distancing te garanderen en een maximaal niveau van bescherming te bieden. Deze passende preventiemaatregelen zijn veiligheids- en gezondheidsvoorschriften van materiële, technische en/of organisatorische aard zoals bepaald in de "Generieke gids om de verspreiding van COVID-19 op het werk tegen te gaan", aangevuld met richtlijnen op sectoraal en/of ondernemingsniveau, en/of andere passende maatregelen die minstens een gelijkwaardig niveau van bescherming bieden. Collectieve maatregelen hebben steeds voorrang op individuele maatregelen.

Deze passende preventiemaatregelen worden op het niveau van de onderneming, vereniging of dienst uitgewerkt en genomen met inachtneming van de geldende regels van het sociaal overleg, of bij ontstentenis daarvan in overleg met de betrokken personeelsleden, en in overleg met de diensten voor preventie en bescherming op het werk. De ondernemingen, verenigingen en diensten informeren de personeelsleden tijdig over de geldende preventiemaatregelen en verstrekken hun een passende opleiding. Ze informeren ook derden tijdig over de geldende preventiemaatregelen.

 

Wat de eventuele onkosten bij telewerk betreft: indien er geen akkoord is tussen werkgever en werknemer, kan de werknemer dan een onkostenvergoeding eisen?

Indien werkgever en werknemer geen akkoord kunnen bereiken omtrent de onkosten die verbonden zijn aan het telewerk, dient met hiernavolgende principes rekening te worden gehouden. De werkgever is verplicht (tenzij anders overeengekomen) de voor de uitvoering van het werk nodige hulp, hulpmiddelen en materialen ter beschikking te stellen (zie artikel 20, 1° van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten). In dit verband kan artikel 9 van de CAO nr. 85 van 9 november 2005 betreffende het telewerk toegepast worden (wanneer het om een tewerkstelling in de privésector gaat). Dat houdt in dat de werkgever verantwoordelijk is voor het beschikbaar stellen, het installeren en het onderhouden van de voor telewerk benodigde apparatuur en dat de werkgever de kosten vergoedt of betaalt van de verbindingen en de communicatie die verband houden met het telewerk. Indien de telewerker de eigen apparatuur gebruikt, zijn de aan het telewerk verbonden kosten inzake installatie van informaticaprogramma's, werking en onderhoud alsook de kosten inzake afschrijving van de apparatuur, voor rekening van de werkgever.

 

Auteur: Dr. Edelhart Kempeneers, Medisch Directeur bij Attentia


Lees meer nieuws over: Attentia , Preventie en bescherming , corona

2022 ©
Attentia
Privacyverklaring | Disclaimer