Deze vraag wordt soms gesteld en het antwoord is niet als dusdanig terug te vinden in de wetgeving.

De wettelijke grondslag voor het onderzoek van de psychosociale risico's is te vinden in de Codex Boek I, Titel 3, Hoofdstuk I en meer bepaald in artikel I.3-1 'De risicoanalyse van de psychosociale risico's wordt uitgevoerd door de werkgever met medewerking van de werknemers'.

Het uitvoeren van een risicoanalyse is geen doel op zich.
De bedoeling is om een stand van zaken op te stellen, zodat de werkgever, voor zover hij invloed heeft op het gevaar, gepaste preventiemaatregelen kan treffen. (Art. I.3-2 van het Wetboek).

Hoewel de wetgever geen frequentie oplegt voor de herhaling van de globale analyse van de psychosociale risico's legt hij echter wel een jaarlijkse evaluatie op van de preventiemaatregelen die ten gevolge van die risicoanalyse werden genomen. (Zie art. I.3-6van het Wetboek ).

Bij die evaluatie wordt met name rekening gehouden met de volgende punten:

  1. alle verzoeken tot risicoanalyse van een specifieke arbeidssituatie;
  2. alle verzoeken tot formele psychosociale interventie;
  3. door de preventieadviseur-arbeidsarts meegedeelde elementen;
  4. conclusies, getrokken uit incidenten van psychosociale aard die zich bij herhaling hebben voorgedaan en die het voorwerp hebben uitgemaakt van een informele psychosociale interventie;
  5. feiten die zijn ingeschreven in het register van feiten van derden;
  6. cijfermatige gegevens vervat in deel VIII van het jaarverslag van de interne dienst.

Tussen twee onderzoeken door moet ervoor worden gezorgd dat de risicoanalyse actueel blijft, met name door evaluatie van de preventiemaatregelen.

De preventieadviseur van Wolters Kluwer, Mathieu Vanhaelen, licht toe: 'Aangezien de voorbereiding van een dergelijk onderzoek 6 maanden in beslag neemt en de uitvoering van preventieve maatregelen ook tijd vergt, lijkt een onderzoek om de 4 tot 5 jaar me heel gepast. Dat sluit ook aan bij de frequentie van het globaal preventieplan. Deze termijn kan variëren naargelang van de omvang van het bedrijf en de snelheid waarmee het zich ontwikkelt'.

Besluit: de Codex over het welzijn op het werk legt geen vaste frequentie op voor de risicoanalyse. Maar de frequentie van het GPP kan een aanwijzing geven.

 

Bron

  • Rosalba Mendolia en Mathieu Vanhaelen, senTRAL Nieuws, 8 augustus 2019

 

Wenst u meer informatie, contacteer wellbeing@attentia.be

 


Lees meer nieuws over: Preventie en bescherming , psychosociale risico's , risicobeheersing