Een brandweervrijwilliger had de stad Nijvel voor de rechter gedaagd om een vergoeding te verkrijgen voor de door hem verrichte thuiswachtdiensten, die volgens hem als arbeidstijd moeten worden aangemerkt. Tijdens deze wachtdiensten moest de vrijwillige brandweerman thuis aanwezig zijn en binnen acht minuten gehoor geven aan oproepen van zijn werkgever. Het Europees Hof van Justitie heeft zich in deze zaak uitgesproken. Het Hof herinnert er in dit verband aan dat voor de kwalificatie als “arbeidstijd” in de zin van de Europese arbeidstijdrichtlijn, beslissend is dat de werknemer fysiek aanwezig moet zijn op de door de werkgever aangewezen plek en zich daar ter beschikking van hem moet houden om indien nodig onmiddellijk de nodige prestaties te kunnen leveren.

Het Hof was van oordeel dat de thuiswachtdienst die een werknemer moet verrichten, waarbij deze verplicht is om binnen acht minuten gehoor te geven aan oproepen van zijn werkgever als arbeidstijd moet worden aangemerkt omdat de mogelijkheid om andere activiteiten te ondernemen zeer sterk beperkt is. Gelet op die beperkingen verschilt deze situatie van die van een werknemer die tijdens de wachtdienst slechts ter beschikking van zijn werkgever moet staan zodat deze laatste hem kan bereiken. In die omstandigheden moet enkel de tijd die is verbonden met het werkelijk verrichten van arbeid worden beschouwd als arbeidstijd.

 

Bron

  • HvJ C-518/15, Stad Nijvel tegen Rudy Matzak, voorlopig enkel te consulteren op www.curia.eu.

Lees meer nieuws over: Verloning , arbeidsduur , arbeidsplaats , loonelementen