U heeft het waarschijnlijk zelf al ondervonden: de ontwikkeling van digitale en informatietechnologieën heeft voortdurend een stijgende impact op de arbeidsorganisaties en op de nieuwe arbeidsvormen. Nieuwe technologieën brengen een verplaatsing teweeg van de grenzen tussen de capaciteiten van de mens en die van de machines, of dit nu op het niveau van de manuele taken of van de cognitieve taken is. Ze beïnvloeden rechtstreeks de arbeidsrelatie en het statuut van de werknemer. Een nieuw onderzoek bestudeert de impact van deze nieuwe vormen van tewerkstelling en arbeid op het welzijn op het werk (gezondheid, veiligheid).

Het onderzoek brengt zes problematieken aan de oppervlakte: 
 

1. Geen rekening houden met de reële omstandigheden waaronder een activiteit met digitale tools wordt uitgeoefend tijdens het bepalen van de maximale duurtijd van werktaken.

Wanneer digitale tools deel uitmaken van de arbeidsorganisatie, is de manier waarop de werktijden, in functie van productiviteitsnormen, worden berekend, een essentiële organisatorische factor op het vlak van gezondheid op het werk. Indien bij het bepalen van tijdsnormen voor taken geen rekening wordt gehouden met de reële omstandigheden waarin deze taken plaatsvinden, dan leidt dit tot intensivering van het werk. Als gevolg stellen dit soort situaties werknemers makkelijker bloot aan lichamelijke en geestelijke risico's.

Voor werknemers met een lage autonomiegraad, zorgt het opleggen van strikte tijdsnormen, die geen rekening houden met ‘omstandigheden’, voor een toename van de lichamelijke en geestelijke belasting op het werk. Omstandigheden, zoals de inrichting van de werkruimten, onderbrekingen in de productie of een verstoorde werking van de digitale tools zelf, kunnen richttijden voor het uitvoeren van taken artificieel maken.

 

2. In het zog van de invoering van digitalisering worden ook de werkomstandigheden omgevormd.

Wanneer het werkritme en de werkcadans worden bepaald door een digitaal hulpmiddel, vermindert dat de manoeuvreermarge van werknemers. Zowel bij ordervoorbereidingen die worden aangestuurd door een systeem van voice picking als bij de thuislevering van maaltijden op basis van een mobiele applicatie, worden recuperatietijden korter of vallen ze zelfs weg. Pauzes worden gebruikt om vertragingen in te halen of om onvoorziene omstandigheden op te vangen.
 

Ook bij werknemers van wie wordt aangenomen dat ze zeer autonoom zijn, leidt het gebruik van digitale tools tot een inkrimping van de rusttijden. Er wordt regelmatig verwezen naar het verdwijnen van ruimte voor informele uitwisselingen of gesprekken, ten gevolge van het 'de-materialiseren' van de vaste werkplek. Aangezien de werkinhoud van telewerkers of mobiele werknemers deels onzichtbaar wordt, zet dat de werknemers aan tot een grotere beschikbaarheid ten aanzien van de collega's en leidinggevenden, dit als een soort 'bewijs' van de op afstand bereikte resultaten.

 

3. Het risico dat digitalisering onrechtmatig wordt gebruikt als instrument om werknemers te controleren en te bewaken.

Inzake controle, evaluatie en bewaking van de werknemers, speelt digitalisering een grote rol. Ondanks grote verschillen tussen de geanalyseerde activiteitentypes en soorten werknemers, maken alle actoren gewag van een veelvoud aan controlemechanismen. Deze hebben betrekking op de werktijden, de werkplekken en ook de werkinhoud. Voorbeelden van dergelijke controlemechanismen zijn: software die online weergeeft of men al dan niet 'aanwezig' is op de werkplek, systemen voor registratie van telefoonoproepen en geolocalisatie.

Stress treedt ook op wanneer toegang tot de voordelen van nieuwe werkvormen als een disciplineringsinstrument wordt gebruikt (bv. het al dan niet toekennen van telewerk naargelang van de evaluatie van de prestaties).

Tot slot stelt men vragen bij de manier waarop de werkgever gebruik maakt van verzamelde gegevens. Een van de belangrijkste vraagtekens bij alle ontmoette actoren is het gebrek aan transparantie over de manier waarop de door de werkgever vergaarde gegevens worden gebruikt. Het betreft hier de doeleinden waarvoor de gegevens worden gebruikt, alsmede de criteria volgens dewelke ze worden verwerkt.

 

4. Digitalisering op het werk en 'de-connectie' tijdens de vrije tijd.

De moeilijkheid om te 'deconnecteren' van het werk wordt unaniem door alle actoren aangekaart.

De geestelijke overbelasting die gepaard gaat met het dragen, de hele dag lang, van een hoofdtelefoon (voice picking) lokt bij de werknemers een gevoelen van vervreemding uit. Dit heeft te maken met het ‘robotiserende’ effect van de gebaren en de continue herhaling van de codes. De effecten daarvan blijven tot buiten de werkuren duren.

Voor zij die bestellingen bezorgen, als werknemers van digitale platforms, versterken de totale afwezigheid van een arbeidsduurregeling, de stukverloning en het systeem van evaluatie op basis van individuele prestatie de afhankelijkheid aan het betrokken platform. Omwille van een dergelijke kenmerken neemt ook de blootstelling aan psychosociale risico's toe voor de betrokken werknemers. Ook hun dagelijks leven is alsmaar meer onderworpen aan de onvoorspelbare werktijden.

Bij werknemers met grotere autonomie over werktijden en werkplekken, lijken de gevolgen op de verhouding tussen werktijd en vrije tijd dubbelzinniger. Terwijl de flexibiliteit in tijd en ruimte voor bepaalde mensen werkt als een ondersteuning voor een betere verzoening tussen werk en privéleven, zorgen die nieuwe werkwijzen, die mogelijk worden gemaakt door het gebruik van mobiele instrumenten, ook voor een tegenovergesteld effect. Onze gesprekspartners stellen vast dat de werkdagen langer worden en dat er meer weekend- en avondwerk is als gevolg van een '24-uurs werkmodus'. Het zich uitbreidende gebruik van mobiele tools en de expansie van het internet versterken immers de mogelijkheid om permanent verbonden te zijn. Hiermee gaat ook het risico gepaard dat men altijd en overal bereikbaar is, ook buiten de 'normale' uren.

 

5. De fysieke verwijdering van de leidinggevende en verzwakte interpersoonlijke relaties op het werk.

In de context van de digitale economie, versterken nieuwe werkmodi een trend naar het invoeren van managementpraktijken op afstand. In alle geanalyseerde gevallen leidt de 'fysieke verwijdering van de hiërarchie' (belichaamd door de baas, de nabijheidsmanager of de 'dispachter') tot een verzwakking van de interpersoonlijke relaties op het werk, dit zowel op vlak van de perceptie van de gekregen ondersteuning als op vlak van communicatiemogelijkheden.

Mobiele technologieën maken het inderdaad mogelijk om een communicatie en frequente uitwisselingen in stand te houden tussen teams en leidinggevenden, ongeacht de werkplek of de werktijden. Toch kan het gebruik van digitale middelen ook psychosociale risico's inhouden. Tijdens de focusgroepen kwamen twee grote elementen aan bod als bronnen van werk-gerelateerd onbehagen: het gevoel dat het door het team uitgevoerde werk miskend wordt en het verlies van zingeving ten gevolge van verzwakte communicatiemogelijkheden met de leidinggevenden en een sterke autonomisering van de werknemers. 

 

6. Tot slot wijst de gegevensanalyse op de impact van digitalisering op het arbeidscollectief.

Hoewel de geanalyseerde activiteiten markante verschillen vertonen in de manier waarop het werk wordt verdeeld, de kwalificatie en de graad van autonomie waarover de werknemers beschikken, worden er gelijkenissen vastgesteld in de blootstelling van de werknemers aan psychosociale factoren, nl.: isolement, zwakkere sociale ondersteuning en minder socialiseringsmomenten op het werk. Ieder van deze elementen heeft potentieel een 'verzwakkend' effect op de groepssamenhang tussen werknemers en kunnen als zodanig de zichtbaarheid, objectivering en regulering van arbeidsrisico's belemmeren.

Bij de ordervoorbereiders wordt het isolement direct gerelateerd aan het feit dat men door werkprocedures niet kan communiceren onder collega's, zelfs niet bij een technische storing van de tool. Bij werknemers met een hoge mate van autonomie, rijst eveneens het probleem van isolement als gevolg van nieuwe werkmodi. De actoren geven inderdaad aan dat omdat het werk om het even waar en wanneer kan worden uitgevoerd in fine, leidt tot een afname van interpersoonlijke uitwisselingen en informele ontmoetingen, alsook dat het organiseren van collectieve activiteiten bemoeilijkt wordt. Het probleem van lawaaioverlast en moeilijkheden om zich te concentreren in slecht ingerichte 'open kantoorruimtes' wordt door de preventieadviseurs eveneens aangestipt als een belangrijke werkbeperking in situaties die kunnen worden beschreven als het nieuwe werken. Deze toestand werkt het isolement van werknemers in de hand, hetzij door een toename van het aantal dagen telewerk of door een tendens om binnen de gedeelde ruimten meer op zichzelf terug te plooien.

Tot slot blijkt dat het schrappen/verminderen van de socialiseringsmomenten op het werk sterk in verband wordt gebracht met het verlies aan traditionele bakens op vlak van werktijden en de werkplek (levering voor de digitale platforms of de new ways of working). Dit heeft veel te maken met het gebruik van mobiele technologieën.

De belangrijkste factoren die de psychologische risico's verzwaren zijn gerelateerd aan isolement, de noodzaak van zelfbeheer, het gebrek aan sociale ondersteuning en aan de verplichting autonoom te moeten zijn.

 

Conclusies

  • Thuiswerk en nomadisch werk zijn niet noodzakelijk gunstig zijn voor stressniveaus of de werk-privé balans.
  • De relatie tussen onsociale – en in mindere mate onregelmatige – werktijden en tal van minder gunstige welzijns- en gezondheidsscores. Op basis van deze resultaten kan worden geconcludeerd dat flexibele werktijden en welzijn op het werk met elkaar in contradictie staan.
  • Binnen de groep van zelfstandigen, zijn het afhankelijke freelancers (zeker wanneer ook hun werktempo bepaald wordt door prestatiedoelstellingen of directe vragen van klanten en andere 'afnemers') die minder gunstig scoren op een aantal welzijnskenmerken. Een meer problematische werk-privé-interferentie is daarnaast een kenmerk voor de meeste subgroepen van zelfstandigen.
  • Nieuwe vormen van arbeidsorganisatie (zoals o.a. autonoom teamwerk) hangen in de eerste plaats samen met een grotere tevredenheid met de arbeidsomstandigheden. Maar we kunnen ook vaststellen dat er netto een verband bestaat tussennieuwe arbeidsorganisatievormen en hogere niveaus van stress en werk-privé-interferentie.

 

Het volledige onderzoek, dat werd gefinancierd door de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid in samenwerking met de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal overleg, is terug te vinden op de website van de FOD WASO.

 

Bronnen

 

 


Lees meer nieuws over: Preventie en bescherming , Vitaliteit , arbeidsreglementering , psychosociale risico's