Het bedrag van de aanvullende vergoeding in het kader van het stelsel werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) en halftijds brugpensioen kan jaarlijks door de Nationale Arbeidsraad (NAR) op 1 januari worden herzien in functie van de evolutie van de conventionele lonen.

De NAR heeft voor 2018 de herwaarderingscoëfficiënt op 1,0036 bepaald. Dit betekent dat de aanvullende vergoedingen voor de werknemers in SWT en in halftijds brugpensioen vanaf 1 januari 2018 met 0,36% (= herwaarderingscoëfficiënt) worden verhoogd. Deze verhoging is echter niet volledig van toepassing voor wie recent in SWT stapte.

 

Volgende herwaarderingscoëfficiënten worden toegepast per 1 januari 2018

  • 1,0036 voor werknemers die in SWT gegaan zijn in januari 2017 en vroeger
  • 1,0027 voor werknemers die in SWT gegaan zijn in februari, maart en april 2017
  • 1,0018 voor werknemers die in SWT gegaan zijn in mei, juni en juli 2017
  • 1,0009 voor werknemers die in SWT gegaan zijn in augustus, september en oktober 2017

 

De aanvullende vergoeding van werknemers met aanvang SWT in november en december 2017 wordt niet geherwaardeerd.

Ook de grens van het brutomaandloon dat in aanmerking wordt genomen voor de vaststelling van het nettoreferteloon wordt aan de herwaarderingscoëfficiënt aangepast. Vanaf 1 januari 2018 bedraagt dit plafond 3.953,88 euro (voltijds SWT). De aanvullende vergoeding bovenop de werkloosheidsuitkeringen die de werkgever, onder bepaalde voorwaarden, moet betalen aan oudere werknemers die nachtwerk in ploegendienst deden en van wie de arbeidsovereenkomst is beëindigd, wordt bepaald op 144,01 euro per maand. Deze vergoeding wordt toegekend aan:

  • Werknemers van 50 jaar en ouder die om medische redenen geen nachtwerk meer kunnen doen
  • Werknemers van 55 jaar en ouder die geen nachtwerk in ploegendienst meer willen doen.

 

Bron

  • Nationale Arbeidsraad

Lees meer nieuws over: Verloning , loonlasten , werkloosheid