Ondernemingen kunnen aan werknemers een vrijgesteld niet-recurrent resultaatsgebonden voordeel toekennen, ook gekend als ‘cao 90’.

 

De toekenning van resultaatsgebonden voordelen moet gebonden zijn aan de collectieve resultaten van een onderneming of van een groep van ondernemingen of van een welomschreven groep van werknemers, op basis van objectieve criteria. De te bereiken doelstellingen mogen niet individueel zijn en het bereiken ervan mag niet kennelijk zeker zijn op het ogenblik dat de regeling wordt ingevoerd.

 

Zoals elk jaar worden de grensbedragen geïndexeerd op 1 januari.

 

Voor de specifieke behandeling van resultaatsgebonden voordelen door de RSZ en de fiscus (vrijstelling) geldt een plafond per kalenderjaar en per werknemer. Dit bedrag is onderworpen aan een solidariteitsbijdrage ten laste van de werknemer van 13,07% en een bijzondere bijdrage van 33% ten laste van de werkgever.

 

De wettelijke niet-geïndexeerde bedragen zijn 3.169 euro (sociaal bedrag) en 2.756 euro (fiscaal bedrag

 

Het plafond voor vrijstelling van sociale bijdragen wordt elk jaar geïndexeerd op 1 januari en bedraagt voor 2020 3.413 euro.

 

Het deel van het voordeel boven 3.413 euro wordt als loon beschouwd en wordt door de RSZ als dusdanig behandeld (werkgevers- en persoonlijke bijdragen op 108% van het bedrag voor arbeiders en 100% voor bedienden).

 

De fiscale vrijstellingsgrens (na toepassing van 13,07% persoonlijke RSZ-bijdrage op het bruto voordeel) bedraagt vanaf 1 januari 2020 op jaarbasis 2.968 euro.

 

 

 


Lees meer nieuws over: Verloning , Werken met personeel , loonlasten , loonoptimalisatie , wetgeving