Op 14 november 2019 werd in het Belgisch Staatsblad een arrest van het Grondwettelijk Hof gepubliceerd met betrekking tot de activeringsbijdrage en de programmawet van 25 december 2017 die deze bijdrage invoerde.

 

Op 1 januari 2018 werd de activeringsbijdrage als ontradende maatregel ingevoerd voor werkgevers die hun werknemers met een al dan niet verminderd loon, vrijstellen van prestaties. Deze bijdrage was echter niet verschuldigd voor de werknemers die in een mechanisme van volledige vrijstelling gestapt waren vóór 28 september 2017, of in toepassing van een cao neergelegd vóór 28 september 2017.

 

De programmawet waarmee de activeringsbijdrage werd ingevoerd, werd echter pas op 29 december 2017 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

 

Dit is dus nadelig geweest voor de werkgevers van werknemers die in een mechanisme van volledige vrijstelling van prestaties zijn gestapt na 28 september 2017, alsook voor werkgever die een cao hebben gesloten hieromtrent na 28 september 2017, en vóór de bekendmaking van de wet, namelijk 29 december 2017.

 

Het Grondwettelijk Hof heeft hierover een arrest uitgesproken. Het feit dat de activeringsbijdrage via een mededeling van de FOD Werkgelegenheid op 26 juli 2017 werd aangekondigd werd hierbij niet als verantwoording aanvaard, evenmin de keuze om de scharnierdatum op 28 september 2017 vast te stellen.

 

Bron:

  • Arrest grondwettelijk Hof nr. 152/2019 van 24 oktober 2019, B.S. 14 november 2019

Lees meer nieuws over: Tewerkstelling , Verloning , Sociale zekerheid , Werken met personeel , 45+ , ontslag , sociale zekerheid , wetgeving