In zijn recent gepubliceerde beleidsnota maakt Federaal minister van Werk, Kris Peeters, een tussentijdse beschouwing van zijn realisaties in 2017 en zijn to-do-lijst voor 2018 voor het beleidsdomein Werk. In dit nieuwsbericht bekijken we specifiek wat de minister van Werk in petto heeft inzake welzijn op het werk.

 

1. Burn-outpreventie

In het interprofessioneel akkoord 2017-2018, maar ook in de Nationale Arbeidsraad, hebben de sociale partners aangegeven initiatieven ter preventie van burn-out te willen ondersteunen. In overleg met de minister van Sociale Zaken wilt de minister van Werk dan ook een deel van de werkgeversbijdragen inzake acties voor risicogroepen inzetten ter financiering van projecten gericht op de primaire preventie van burnout in de sectoren, zoals het opzetten van een kenniscentrum voor het ontwikkelen en verspreiden van goede praktijken of het organiseren van een pool van burnout-preventie-coaches op sectoraal niveau. Uiteraard zal dit aanvullend en in samenwerking zijn met de preventiediensten.

 

2. Overleg over deconnectie en het gebruik van digitale werkmiddelen

De digitale samenleving heeft een grote impact op de werkorganisatie binnen ondernemingen: smartphones, tablets en draadloze internetverbindingen zorgen niet alleen voor een toegenomen bereikbaarheid, maar maken ook flexibeler werken mogelijk, zowel wat plaats als wat tijdstip betreft. Werknemers blijven daardoor vaker geconnecteerd, ook buiten de normale kantooruren, waardoor de scheiding tussen werk en privéleven vervaagt en onder druk kan komen. Gelet op deze nieuwe vormen van arbeidsorganisatie en met het oog op de strijd tegen overmatige werkstress en burn-out, zijn duidelijke afspraken over het gebruik van digitale werkmiddelen en de mogelijkheid tot digitale deconnectie, een onderdeel van een duurzaam personeelsbeleid.

Met ingang van 1 januari 2018 wilt de minister van Werk werkgevers ertoe aanzetten om op regelmatige basis overleg te plegen met hun werknemers rond deze problematiek, echter zonder dat het hierbij automatisch gaat om een recht op afschakeling naar Frans voorbeeld. Het gaat eerder om een recht op bespreking van deze materie in de onderneming, waarbij de gemaakte afspraken eventueel kunnen worden vastgelegd in een cao of in het arbeidsreglement. Deze afspraken kunnen betrekking hebben op gedragsregels maar ook op technische oplossingen. De bedoeling is alleszins dat zij tegemoetkomen aan de bezorgdheden inzake de work-life balance van werknemers, maar ook duidelijkheid en transparantie scheppen voor werkgevers en werknemers over bereikbaarheid.

 

3. Werkbaar werk

Met het oog op het verhogen van de participatiegraad van oudere werknemers door werkbaar werk te faciliteren, zullen werknemers die hun loopbaan aanpassen met vermindering van het loon, een aanvullende vergoeding krijgen van ofwel een sectoraal fonds, ofwel van hun werkgever, in de volgende gevallen:

  • De voltijdse werknemer van minstens 60 jaar die overgaat naar een 4/5e tewerkstelling;
  • De voltijdse werknemer van minstens 58 jaar die omschakelt naar lichter werk (bv. van nacht- of ploegenarbeid naar een dagregime).

De aanvullende vergoeding is vrijgesteld van sociale bijdragen en wordt niet als loon beschouwd. Deze maatregel vindt zijn basis in cao 104 en de cao die is gesloten voor de werknemers van de paritaire comité's 111 (metaal-, machine- en elektrische bouw) en 209 (bedienden der metaalfabrikatennijverheid). Via het afsluiten van een collectieve arbeidsovereenkomst of een wijziging van het arbeidsreglement, zullen alle ondernemingen in alle sectoren voortaan van deze maatregel kunnen gebruik maken.

 

4. Blootstelling aan asbest

Op basis van de resultaten van een onderzoek door de administratie en de inspectie zullen een aantal aanpassingen en actualiseringen van het regelgevend kader rond bescherming van werknemers tegen de risico's van blootstelling aan asbest aan de sociale partners worden voorgelegd. Deze aanpassingen beogen onder meer de verbetering van de kwaliteit van de asbestinventaris en een aantal regels voor het gebruik van nieuwe technieken. Samen met de minister van Volksgezondheid zal bekeken worden of er synergie op dit domein kan gevonden worden met de projecten rond preventie van en onderzoek naar de schadelijke gevolgen van blootstelling aan asbest die zij ondersteunt via het Asbestfonds.

 

5. Ventilatie

De regelgeving rond luchtkwaliteit op arbeidsplaatsen werd verstrengd in 2016. Een slechte luchtkwaliteit kan immers ziektes en irritaties bij werknemers veroorzaken, evenals concentratieverlies. Om de regelgeving goed te implementeren is een overleg met de betrokken sectoren lopende over een code van goede praktijken, met praktische richtlijnen voor aannemers en werkgevers om de luchtkwaliteit van bestaande en nieuw te bouwen gebouwen beter af te stemmen op de wettelijke vereisten.

 

6. Kmo's

De welzijnsbevordering in kmo's en zko's is een permanente werf. Om werkgevers in (zeer) kleine en middelgrote bedrijven te helpen bij de analyse van risico’s op het vlak van veiligheid en gezondheid op het werk, bestaat in een aantal sectoren al de mogelijkheid om gebruik te maken van een webtool OIRA die specifiek gericht is op de risico’s in die bepaalde sector.

Verschillende nieuwe OIRA-tools zijn in een vergevorderde fase van afwerking, en zullen binnenkort gelanceerd worden, nl. voor de bakkers, de podiumkunsten en de tuinaanleg. Daarnaast wordt bekeken voor welke geïnteresseerde sectoren er volgend jaar een OIRA kan worden ontwikkeld.

 

7. Campagnes en samenwerking

Met het oog op het zo efficiënt mogelijk voeren van een preventief handhavingsbeleid inzake welzijn op het werk, zal de inspectie Toezicht op het Welzijn op het Werk (TWW) samenwerken met een aantal andere inspectiediensten. Zo wordt de campagne inzake de beveiliging van liften samen met de FOD Economie verdergezet en zal een gemeenschappelijke campagne worden opgezet met de inspectie Toezicht op de Sociale Wetten. Daarnaast blijft de inspectie TWW ook inzetten op lokale campagnes, waarbij rekening wordt gehouden met de specificiteit van de betrokken regio's en een maximale geografische spreiding.

Tenslotte wordt ook actief meegewerkt aan de grensoverschrijdende inspectiecampagne die uitgaat van het SLIC (Senior Labour Inspectors Committee) en die zich richt op de interimsector.

 

8. Bedrijfsbezoeken en gezondheidstoezicht

Samen met de inspectie en de andere betrokken actoren, zal worden nagegaan op welke manier bedrijfsbezoeken en het gezondheidstoezicht optimaal kunnen worden georganiseerd. Dit met het oog op het bevorderen van een doeltreffend preventiebeleid in alle ondernemingen en het optimaal benutten van de beschikbare knowhow en capaciteit bij de preventiediensten.

 

9. Re-integratie van arbeidsongeschikten

Samen met de sociale partners zal de bestaande regelgeving die de re-integratie van arbeidsongeschikte werknemers wil bevorderen, worden opgevolgd en geëvalueerd, om na te gaan wat de eerste resultaten zijn, en welke aanpassingen eventueel nog nodig zijn om het systeem optimaal te laten functioneren. Dit zal gebeuren in samenwerking met de minister van Sociale Zaken.

 

10. Controlegeneeskunde

Aangezien de meeste klachten i.v.m. de uitoefening van de controlegeneeskunde betrekking hebben op de bevoegdheid en onafhankelijkheid van de controlearts, en daarom samenhangen met de medische plichtenleer, en om dubbele behandeling van deze klachten te vermijden, is het aangewezen om deze klachten niet langer te laten behandelen bij de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg. De behandeling van deze klachten en het bepalen van wie kan optreden als arts-scheidsrechter zal daarom in de toekomst worden toevertrouwd aan de Orde der Artsen. Daarnaast wordt er ook een regeling getroffen betreffende de jaarlijkse vakantie bij progressieve werkhervatting.

 

Verwezenlijkingen 2017

De beleidsnota sluit af met de verwezenlijkingen van 2017. Inzake welzijn op het werk onthouden we:

  • Op 15 maart 2017 de publicatie van de wet betreffende werkbaar en wendbaar werk
  • Op 2 juni 2017 de publicatie van de Codex in het Belgisch Staatsblad
  • Het KB van 21 juli 2017 tot wijziging van boek VI van de Codex Welzijn op het Werk. Dit Kb beoogt de gezondheid van werknemers en hun ongeboren kinderen beter te beschermen, door reprotoxische stoffen voortaan aan dezelfde (strengere) regels te onderwerpen als kankerverwekkende en mutagene stoffen.

Voor de andere verwezenlijkingen van 2017 verwijzen we u door naar de beleidsnota. De volledige beleidsnota is te bekijken op de website van De Kamer.

In deze beleidsnota vindt u ook andere thema's, zoals:

  • Concurrentievermogen
  • Sociaal overleg
  • Modernisering van het arbeidsrecht
  • Strijd tegen discriminatie
  • Strijd tegen sociale fraude
  • Werkloosheid: op weg naar werk
  • Internationaal

 

Bronnen


Lees meer nieuws over: Preventie en bescherming , arbeidsplaats , arbeidsveiligheid , gezondheidstoezicht , industriële hygiëne en toxicologie , psychosociale risico's , risicobeheersing , werkbaar wendbaar werk