Formaliteiten

De zelfstandige moet een officiële aanvraag indienen bij zijn sociaal verzekeringsfonds. Verlaging is maar mogelijk als het inkomen daalt onder één van de wettelijk vastgelegde drempels (zie punt 3.2) én als met objectieve elementen wordt bewezen waarom het inkomen daalt (wegenwerken, ziekte, ongeval, crisis in de sector,…). Het sociaal verzekeringsfonds beoordeelt de vraag tot verlaging van de bijdragen.

Als het sociaal verzekeringsfonds een positieve beslissing neemt, wordt de voorlopige bijdrage van het betrokken jaar verlaagd. Als het sociaal verzekeringsfonds een ongunstige beslissing neemt, wordt de zelfstandige gevraagd zijn voorlopige bijdragen te betalen. Het fonds zal een ongunstige beslissing motiveren. De zelfstandige die niet akkoord gaat kan in beroep kunnen gaan bij de Arbeidsrechtbank.

Een weigering van een aanvraag betekent niet dat de zelfstandige geen nieuwe (verbeterde) aanvraag kan doen op een later tijdstip. Een verzaking aan een toegekende verlaging kan enkel op uitdrukkelijke vraag van de zelfstandige. Een betaling van een hoger bedrag, houdt dus geen verzaking van de vermindering in.

 

Bedrag

De verlaging van de sociale bijdrage kan niet vrij worden gekozen. Verlaging is maar mogelijk als het inkomen daalt onder één van de drempels (voor andere categorieën zelfstandigen zoals bijberoep, meewerkende echtgenoten of gepensioneerden zijn er andere drempels):

  • Minimumdrempel: € 12.870,43 (= € 736,18 bijdragen per kwartaal) of
  • Dubbele minimumdrempel: € 25.740,86 (= € 1472,36 bijdragen per kwartaal).

Het is dus niet voldoende dat het inkomen van de zelfstandige gedaald is, maar wel dat het gedaald is onder één van deze drempels.

Voorbeeld

Magda moet in 2015 voorlopige bijdragen betalen, berekend op haar inkomen van 2012 dat toen € 30.000 was. Zij kan alleen een verlaging vragen indien haar inkomen daalt tot onder één van de drempelbedragen: €12.870,43 of € 25.740,86.

 

Berekening

Een verlaagde bijdrage wordt berekend op jaarbasis, dus voor alle kwartalen. Een verlaging van de bijdragen in het derde kwartaal zal leiden tot een herberekening van de bijdragen voor alle kwartalen in dat jaar.

 

Overschotten terugvragen wanneer verlaagde bijdragen worden betaald

Indien een zelfstandige in de loop van het jaar de toestemming krijgt om verlaagde bijdragen te betalen zullen alle voorlopige bijdragen van dat jaar verlaagd worden, wat tot gevolg heeft dat er een teveel aan bijdragen betaald werd. De som van de teveel betaalde bijdragen mag door het sociaal verzekeringsfonds niet worden terugbetaald. De regularisatie zal pas geschieden op het ogenblik dat het definitief inkomen gekend is.

Het positief saldo zal eerst worden gebruikt om nog openstaande schulden aan te zuiveren, te weinig betaalde bijdragen bij te passen als gevolg van een regularisatie, of aan te wenden om een dwangbevel te vermijden. Pas indien er dan nog een overschot is zal de zelfstandige een terugbetaling ontvangen.

Voorbeeld

Georges betaalt in het eerste en tweede kwartaal van 2015 telkens € 1.800 voorlopige bijdragen (=berekend op het inkomen van 2012 dat toen € 30.000 bedroeg). In het derde kwartaal krijgt hij toestemming voor verlaging van zijn voorlopige bijdragen tot € 1472,36.

Deze aanpassing wordt verrekend voor het ganse jaar. Dit houdt dus in dat hij in het eerste en tweede kwartaal € 327,64 teveel betaald heeft (€ 1.800 i.p.v. € 1472,36). De
€ 655,28 die teveel werd betaald kan in 2015 niet worden teruggevorderd. De regularisatie gebeurt op het ogenblik dat het definitief inkomen gekend is en er geen onbetaalde bijdragen zijn.

 

Boetes

Indien de zelfstandige zijn voorlopige sociale bijdragen betaalt en achteraf blijkt dat zijn inkomen hoger was dan voorzien en hij dus te weinig bijdragen betaalde, worden er geen boetes aangerekend.

Indien de zelfstandige zijn voorlopige bijdragen verlaagt en achteraf blijkt dit ten onrechte, loopt hij risico op boete. De boete bedraagt 3% per kwartaal te rekenen vanaf 31 december van het bijdragejaar en een eenmalige boete van 7%.

Deze boetes staan los van de reeds bestaande intresten van 3% wanneer de zelfstandige op het einde van het kwartaal zijn voorlopige bijdrage niet betaald heeft. Ook de eenmalige intrest van 7% op het einde van het kalenderjaar blijft bestaan.

Er kunnen zich 2 mogelijkheden voordoen (afgeronde bedragen):

Voorbeeld 1: De definitieve bijdrage is hoger dan de verlaagde bijdrage en hoger dan de voorlopige bijdrage.

Denise is zelfstandige in hoofdberoep. Ze had in 2012 een inkomen van € 35.000. Op basis van dit inkomen zal het sociaal verzekeringsfonds voorlopige bijdragen vragen van € 2.100 per kwartaal (€ 8.400 op jaarbasis).

Ze meent dat haar inkomen in 2015 zal dalen tot onder € 25.740,86  (= één van de twee drempels waarnaar het inkomen kan worden verlaagd). Ze krijgt de toestemming om verlaagde bijdragen te betalen van € 1472,36 per kwartaal (€ 5.889,44 op jaarbasis).

In juli 2017 is het definitief inkomen van 2015 gekend: € 40.000. Denise moet € 2.400 definitieve bijdragen per kwartaal (€ 9.600 op jaarbasis) betalen voor 2015.

 

Soort bijdrage

Op jaarbasis

A

Voorlopige bijdragen

€ 8.400

B

Verlaagde bijdragen

€ 5.889,44

C

Definitieve bijdragen

€ 9.600

Er worden boetes aangerekend op het verschil tussen de voorlopige bijdrage (A) en de verlaagde bijdrage (B), dus op € 2.510,66 (A-B).

De boete bedraagt in totaal € 702,95 zijnde € 527,21 (7 kwartalen x 3% x 2.510,56 ) en € 175,74 (7% x 2.510,56 ).

Er worden geen boetes aangerekend op het verschil tussen de definitieve bijdrage (C) en de voorlopige bijdrage (A).

Voorbeeld 2: De definitieve bijdrage is hoger dan de verlaagde bijdrage en lager dan de voorlopige bijdrage

Dirk is zelfstandige in hoofdberoep. Hij had in 2012 een inkomen van € 35.000. Op basis van dit inkomen zal het sociaal verzekeringsfonds voorlopige bijdragen vragen van € 2.100 per kwartaal (€ 8.400 op jaarbasis).

Hij meent dat zijn inkomen in 2015 zal dalen tot onder € 25.740,86   (= één van de twee drempels waarnaar het inkomen kan worden verlaagd). Hij krijgt de toestemming om verlaagde bijdragen te betalen van € 1472,36 per kwartaal (€5.889,44 op jaarbasis).

In juli 2017 is het definitief inkomen van 2015 gekend: € 30.000. De zelfstandige moet € 1.800 definitieve bijdragen per kwartaal (€ 7.200 op jaarbasis) betalen voor 2015.

 

Soort bijdrage

Op jaarbasis

A

Voorlopige bijdragen

€ 8.400

B

Verlaagde bijdragen

€ 5.889,44

C

Definitieve bijdragen

€ 7.200

Er worden boetes aangerekend op het verschil tussen de definitieve bijdrage (C) en de verlaagde bijdrage (B), dus op € 1310,56 (C-B).

De boete bedraagt in totaal € 366,94 zijnde € 275,21 (7 kwartalen x 3% x 1310,56 ) en € 91,73 (7% x 1310,56 ).

Er worden geen boetes aangerekend op het verschil tussen de definitieve bijdrage (C) en de voorlopige bijdrage (A).


Lees meer artikels over: Sociale bijdragen