Primaire tabs

U bent hier

Cash for car lost het mobiliteitsprobleem niet op, het mobiliteitsbudget maakt wel een kans

mobiliteitsbudget

Terwijl de overheid cash for car als beleidsmaatregel aantrekkelijker probeert te maken, blijft het percentage werknemers dat met een bedrijfswagen rijdt, licht stijgen. Logisch, aangezien de maatregel weinig doet om de kern van het probleem aan te pakken.

Er zijn te veel wagens op de baan, waardoor de wegen dichtslibben en de term ‘mobiliteit’ een misplaatst eufemisme wordt. De oplossing, zo redeneren beleidsmakers, is om medewerkers te stimuleren om hun wagen in te ruilen voor een voordeel in cash. Het resultaat: amper een tiental mensen deed al een beroep op de maatregel, terwijl het percentage medewerkers met een auto van het bedrijf zelfs opnieuw lichtjes steeg: van 19,23 procent in 2017 naar 19,54 procent dit jaar.

Ook zonder tussenkomst van de overheid staat er doorgaans een hoger nettoloon op de bankrekening van medewerkers die een bedrijfswagen weigeren. De cash for carregeling, waar binnen-kort weer aan gesleuteld wordt, maakt dat financiële plaatje aantrekkelijker, maar gaat voorbij aan het belangrijkste voordeel van de bedrijfswagen: ondanks de file is het voor de meeste mensen nog steeds de eenvoudigste manier om op hun werk te raken. De tijd en het gemak die een auto bieden, mogen voor velen een centje kosten.

 

Geen volwaardig alternatief

Het openbaar vervoer biedt soelaas voor sommigen en ook de (bedrijfs)fiets is een waardig alternatief voor wie dicht genoeg bij het werk woont. Beide hebben nadelen: het openbaar vervoer is onbetrouwbaar en bovendien langzaam, zeker voor wie niet in de stad woont. De fiets is gezond, maar helpt je niet wanneer je met het gezin op vakantie gaat naar Frankrijk, of zelfs gewoon een voorraad water wil halen in de supermarkt.

Wie vandaag voor een bedrijfswagen kiest, en daar bovendien mee pendelt, doet dat niet uit liefde voor diesel (met 89,17 procent nog steeds de populairste brandstof voor bedrijfswagens, ondanks de daling met 2,63 procent t.o.v. vorig jaar) of uit affiniteit met de file: alle alternatieven in rekening genomen, is het gewoon de beste optie in dit land. Het verwondert me dan ook niet dat zelfs jongeren massaal voor een wagen van hun werkgever blijven kiezen (al begint de trend te keren): 23,6 procent van de jongeren tussen de 20 en de 29 heeft een exemplaar ter beschikking.

Je kan de bedrijfswagen natuurlijk onaantrekkelijker maken. Dat is trouwens volop bezig en zal zijn effect nog meer hebben vanaf 2020. Beter is een tweeledige aanpak waarbij enerzijds alternatieven worden gepromoot, en anderzijds positieve stimulansen vanuit een mobiliteitsbudget die alternatieven op een doordachte manier promoten.

 

Mobiliteitsbudget als speerpunt

Dat mobiliteitsbudget, dat gelukkig op weg is naar een goedkeuring in de kamer, wordt volgens mij het speerpunt van de moderne mobiliteit al is het huidig ontwerp volgens mij nog te rigide. Zo kunnen medewerkers kiezen voor een mobiliteitsvergoeding op maat, waarbij een auto nog steeds een (kleinere) plaats inneemt. Denk bijvoorbeeld aan een pakket waarbij iemand een elektrische fiets krijgt om te pendelen, maar in de vakantie op kosten van zijn bedrijf toegang krijgt tot een wagen om op vakantie te gaan. Of beeld je een beleid in waarbij je nog steeds een wagen krijgt, maar daarbij ook voorzien wordt van een elektrische step, een plooifiets of een tram-abonnement om de laatste kilometers mee af te leggen, en het stadscentrum te ontlasten.

Nieuwe technologie maakt nog originelere combinaties mogelijk. De deeleconomie, met deelfietsen, deelwagens, deelscooters en handige applicaties om alles te managen, stelt werkgevers in staat om echt pakketten op maat te voorzien, al is onbekend hier voorlopig nog onbemind.

 

Stijgende vraag naar flexibel mobiliteitsbeleid

Een wettelijk kader hiervoor is heel welkom, al valt het me op dat bedrijven er niet op wachten. Ik merk dat de vraag van ondernemingen voor een partner om hun flexibel mobiliteitsbeleid te regelen de laatste jaren al erg toeneemt. De impact op het aantal bedrijfswagens is vooralsnog klein, maar ik ben ervan overtuigd dat dat in de komende jaren zal veranderen.

Wij zien dan ook meer en meer ‘mobility packs’ opduiken binnen het flexibel verlonen (cafetaria-plannen) welke Attentia begeleidt. Bovendien denk ik dat de hoeveelheid wagens per werknemer in dit land binnenkort niet meer het beste meetpunt zal zijn om de staat van onze Belgische mobiliteit in te schatten. Het aantal gereden kilometers is interessanter: als evenveel mensen een wagen hebben, maar ze die wagen minder gebruiken, en vooral combineren met andere oplossingen, dan zetten we immers een hele grote stap in de goede richting.

 

Mobiliteit

Benieuwd wat Attentia voor u kan doen op vlak van mobiliteit?

U vindt alle info hier.

Categorieën

Attentia helpt deze klanten bij het bouwen aan succes

  • Virginie Kaye
  • Kris Lefebure
  • Helga Kunert
  • Nathalie Surmon
  • Raymond Bellemans
  • Reginald Verweire
  • Matthieu Spruytte
  • Stijn Broucke
  • Aeke Van Den Broeke, HR-Manager
  • Geert Polfliet
  • Peter Van Rooy
  • Jan Heyvaert
  • Erik Debackere
  • Fabrice Langrand
  • Jean-Benoît Scheen
  • Jean-Philippe Ferette & Nathalie Vantieghem
  • Werner Van Der Vurst
  • Eiman El Hmoud & Dankwaart Leen
  • Georg Kelleter
  • Kathleen De Batselier
  • Guillaume Brunin
  • Gary Vercammen
  • Ivo Pareyns
  • Erik Martens
  • Veronique Vogeleer
  • Marc Van Breda
  • Wouter Benoit & Vincent Yserbyt
  • Nathalie Bleyenberg
  • Jeroen Vermeire